kerk en recht

‘Als er gedoe is, delft de werknemer altijd het onderspit’ – over een artikel in Trouw

Wat doet een dergelijke titel in een blog die vooral over zaken rond kerk en recht gaat? In Trouw stond afgelopen week een artikel onder de kop ‘Als er gedoe is, delft de predikant altijd het onderspit’. Het artikel beschrijft een korte EO-serie, Uitgepreekt, over gemeentepredikanten die niet meer als zodanig aan het werk zijn. Deze heeft nogal wat stof doen opwaaien, omdat de betrokken gemeenten er niet of nauwelijks in gekend zijn. Daarover wil ik het echter niet hebben. Vier – inmiddels door een geschrapte uitzending drie – predikanten komen aan het woord. Twee zijn losgemaakt vanwege een buitenechtelijke situatie, een vanwege een conflict met de kerkenraad en een omdat hij de opvattingen van zijn kerkgenootschap niet meer kon uitdragen. Ook de Bond van Nederlandse Predikanten (BNP) wordt om commentaar gevraagd. Het lijkt erop, als of die in het algemeen ingaat op de situatie van losmaking voor predikanten. Nadere lezing maakte me echter duidelijk dat het in het commentaar vooral gaat om conflicten met de eigen kerkenraad en daarmee dus vooral om een predikant in de EO-serie. De BNP stelt dat de positie van de predikant in zulke situaties ‘te zwak’ is.

Ik heb er bewust voor gekozen de krantenkop enigszins aan te passen door ‘predikant’ te vervangen door werknemer. Het lijkt er nu namelijk op dat predikanten bij conflictsituaties in een bijzondere positie verkeren. Dat is echter slechts tot op zekere hoogte het geval. Werknemers verkeren in een vergelijkbare positie als het op een of andere manier mis gaat. De situaties in de documentaireserie komen eigenlijk zonder uitzondering voor in het reguliere arbeidsrecht. In veel gevallen proberen werkgever en werknemer eruit te komen met een zogenaamde vaststellingsovereenkomst, een ontslag met wederzijds goedvinden (NB: dit kan onder bepaalde voorwaarden sinds 1 januari jl. ook in de PKN bij de losmaking van een predikant, zie ord. 3-26-3). Als een gang naar de rechter onontkoombaar is, komt het vaak voor dat de werknemer het recht aan zijn zijde vindt, maar dat het ontslag wordt doorgezet, vanwege een ‘verstoorde arbeidsrelatie’.

Financieel gezien is een predikant in veel gevallen beter af dan een werknemer. Een predikant betaalt geen sociale verzekeringspremies, kan dus niet op uitkeringen terugvallen. Hij krijgt ook geen transitievergoeding. De kerk, i.c. de Protestantse Kerk, heeft echter uitkeringen waarmee de predikant in vrijwel alle gevallen verre in het voordeel is ten opzichte van een werknemer.

De BNP beklaagt zich dat het kerkelijke orgaan dat doorgaans wordt ingeschakeld, het Classicale College voor de Visitatie, niet aan waarheidsvinding doet. Ook hier zie ik, eerlijk gezegd, weinig verschil met de situatie in het reguliere arbeidsrecht. Een werkgever zal doorgaans ook een dossier opbouwen, zodat hij tot ontslag over kan gaan. Daar staat dan wel tegenover dat een predikant vaak kwetsbaarder is dan de gemiddelde werknemer. Er zijn zovelen die iets van haar of hem ‘vinden’. Het kan bijna niet anders, of daar zijn ook kritische stemmen te vinden, zelfs al is er verder niet zoveel aan de hand. De predikant deelt dit echter met vele anderen in de samenleving. Ik denk bijvoorbeeld aan de leerkracht op een school. Verschil is dan wel weer dat een predikant in ongeveer 2/3 van de gevallen een pastorie bewoont die dus, bij losmaking, verlaten moet worden. Verder heeft de kerk mijns inziens de taak om net even een tandje meer bij te zetten dan bijvoorbeeld een onderneming. De kerk heeft een voorbeeldfunctie en dient daarom extra zorgvuldig om te gaan met degenen die van haar afhankelijk zijn (zoals qua werk en inkomen een predikant). Maar zelfs dan. Zelfs al is de ‘waarheid’ dat de kerkelijke organisatie vele fouten heeft gemaakt, dan nog lijkt het me zelden reëel om te verwachten dat een predikant na een turbulente periode weer terug kan keren.

Ik zie nog niet zo snel goede maatregelen voor het probleem dat hier aan de orde komt. Een gemeente laat zich niet verplaatsen, een predikant eventueel wel. Verplichte mediation, zoals de BNP voorstelt, lijkt me een contradictio in terminis. De basis, vrijwilligheid, zal immers veelal ontbreken, zeker als de golven al behoorlijk hoog gegaan zijn. Wel deel ik het vanuit de BNP gegeven advies: ‘Als het fout gaat, zeg ik tegen de predikanten: maak dat je wegkomt voordat er een procedure wordt gestart!’ Een predikant zal, net als ieder ander, het snel zoeken in het eigen gelijk. Dat vertroebelt echter meestal een heldere kijk op de situatie. Vertrekken is daarom, als het mogelijk is, verstandig.

Wat verder kan helpen: wat zijn ‘good practices’ elders in de samenleving? Hoewel het Trouw-artikel daar verder niet over spreekt, de positie van de predikant is in conflictsituaties niet principieel anders dan bij een werknemer. Mogelijk kom ik daar bij gelegenheid nog eens op terug.