kerk en recht

De reikwijdte van het toezien – arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd

Plaatselijke gemeenten worden op verschillende manieren ondersteund. Voor een deel is dat in de kerkorde geregeld. Denk aan het breed moderamen van de classicale vergaderingen, in het bijzonder aan de classispredikant. Voor een deel is dat geheel vrij. Zo stellen kerkenraden of predikanten mij soms een vraag. Ze kunnen echter ook terecht bij de dienstenorganisatie.

Een van de geregelde vormen van ondersteuning is die van het classicale college voor de behandeling van beheerszaken. Het ijkt onder meer naar de jaarrekening en begroting van een gemeente. Ook geeft het een oordeel over de financiĆ«le situatie van een gemeente als die voornemens is een predikant te beroepen. Daarnaast zijn er tal van andere terreinen waarop het werkzaam is. Ord. 11-22-2 geeft een opsomming. Een van zaken waarop het college toeziet is ‘het sluiten van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd’.

Toezien

Wat betekent het toezien in dit geval? De Nieuwe toelichting vermeldt: ‘Het toezien van het classicale college wordt in hoge mate gekarakteriseerd door ondersteuning van en hulp aan de plaatselijke gemeenten. De aanwijzingen van het classicale college hebben in de eerste plaats een adviserend karakter.’ (191) De toelichting geeft dan als voorbeeld van regulier toezien de ook hierboven al genoemde begroting en jaarrekening. Ook hier gaat het primair om ondersteuning. Het ‘in de eerste plaats’ in de geciteerde zin staat er echter niet voor niets. Een classicaal college heeft onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid om in te grijpen in de plaatselijke gang van zaken (ord. 11-8). Voor alle situaties waarin een classicaal college ingrijpt, bestaan regels, hetzij in de ordinanties, hetzij in de generale regelingen. Deze zijn in dit geval te vinden in GR 12-3. Daarin is bepaald dat voorafgaande toestemming van het college nodig kan zijn voor ‘het aangaan van een arbeidsovereenkomst’ (GR 12-3-2 sub b). Ook kan het classicale college bijvoorbeeld de maatregel nemen dat besluiten betreffende vermogensrechtelijke aangelegenheden in een plaatselijke beheerscollege alleen met instemming van gedelegeerden van het classicale college genomen mogen worden (GR 12-3-3). De arbeidsovereenkomst staat daarbij niet expliciet genoemd, maar daar kan een besluit natuurlijk wel over gaan.

Alleen arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd?

Het kan verbazing wekken dat het toezien in ordinantie 11-22-2 uitsluitend betrekking heeft op arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Strikt genomen heeft een classicaal college dus geen taak waar het gaat om deze overeenkomsten voor bepaalde tijd. Gelet op de aard van het takenpakket van het college, zal het doorgaans bereid zijn echter ook hierin een gemeente bij te staan. Ze kan daar echter niet toe worden verplicht. Ook waar het gaat om arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, zullen er echter grenzen zijn aan het werk dat een college bereid is te verrichten. Het ondersteunen en helpen zal niet zonder meer betekenen dat een classicaal college een concreet en uitgewerkt concept aflevert.

Voor wat betreft het in Generale Regeling 12 geregelde ingrijpen moet de vraag gesteld worden of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd daar wel onder kan vallen. Ordinantie 11-22-2 beperkt het toezien immers tot de overeenkomst voor onbepaalde tijd. De generale regeling regelt in dit geval zaken die volgens de hogere regeling, de ordinanties, niet tot de bevoegdheid van een classicaal college behoren (vgl. ord. 4-4 voor regelingen anders dan kerkorde, ordinanties en generale regelingen).