kerk en recht

Ambtsdrager in een andere dan je eigen gemeente

De Westerse samenleving is mobiel. Dat merkt de kerk ook. In het verleden was het al zo dat mensen er soms veel voor over hebben om te kunnen kerken in de gemeente van hun ligging. Dat is nu niet anders. Daar komt bij dat mensen het moeilijker lijken vinden zich te voegen in een gemeente die niet helemaal in het eigen plaatje past. Maar er is nog meer. Een groeiende groep mensen brengt om uiteenlopende redenen geregeld of aaneengesloten langere tijd door buiten de eigen woonplaats: denk aan een zomerhuisje of een (lat-)relatie. Het is al enkele decennia relatief makkelijk om je dan in te laten schrijven in een andere gemeente dan waar je volgens de kerkelijke basisregels toebehoort. Met de kerkordewijzigingen van 2018 is dat versterkt door de mogelijkheid te openen dat je in de ene gemeente lid en in de andere gemeente tegelijkertijd in kerkordelijke zin ‘vriend’ bent. Soms groeit de betrokkenheid in de gemeente waar je vriend bent zodanig, dat je de roep krijgt ambtsdrager (ouderling(-kerkrentmeester), diaken) te worden. Kan dat eigenlijk wel? Hoe is dat dan geregeld?

Tot 2018 was het antwoord op deze vraag vrij eenvoudig. Het antwoord was namelijk direct in de kerkorde te vinden: ‘Slechts per geval en na instemming van het breed moderamen van de classicale vergadering kan een stemgerechtigd lid van een andere gemeente tot ouderling diaken verkozen worden.’ (ord. 3-6-1 sub d) In de vernieuwde kerkorde zoekt men tevergeefs naar een vergelijkbare bepaling.

Lid

Stel dat je in Westduin als belijdend lid staat ingeschreven en in Oostbos als vriend. De kerkenraad van Oostbos wil je, nadat de voordrachten zijn binnengekomen, verkiezen als ouderling. De kerkenraad van Oostbos heeft twee opties om dat te kunnen doen. De eerste optie is de meest simpele. De kerkenraad vraagt je de situatie om te draaien: je wordt (belijdend) lid van de gemeente in Oostbos en vriend in Westduin. Dat kan eventueel zelfs nadat er aanbevelingen met jouw naam zijn binnengekomen en er volgens de regels van ord. 3-6-2 verkiezingen gaan worden uitgeschreven. Je moet op het moment van verkiezing ‘de status van belijdend lid [van de gemeente] hebben’ (vgl. ord. 3-6-1, vgl. ook het model plaatselijke regeling van de PKN). Maar misschien wil je dit wel niet of is de kerkenraad van Westduin niet van zins je na het vertrek als lid als vriend te willen opnemen (ord. 2-2-1); hij is daartoe namelijk niet verplicht. Dan valt het volgende te overwegen.

Vriend

De tweede optie vereist soms meer ‘voorwerk’. In dat geval moet de plaatselijke regeling van de gemeente te Oostbos er namelijk in voorzien dat je als vriend en belijdend lid van een PKN-gemeente verkiesbaar bent (ord. 3-2-3). Een wijziging van de verkiezingsregeling kan alleen nadat de gemeente ervan in kennis is gesteld en haar mening heeft kunnen geven (ord. 4-8-5,9). Als de plaatselijke regeling de mogelijkheid dus niet kent, kan er enige tijd overheen gaan voordat dat geregeld is.

In deze optie kan de kerkenraad van Westduin als je als ambtsdrager verkozen wordt en bevestigd gaat worden niet anders dan de situatie accepteren, zelfs niet als hij bezwaren heeft tegen je belijdenis en wandel. Na de verkiezing wordt je naam namelijk aan ‘de gemeente bekend’ gemaakt ‘om haar goedkeuring te verkrijgen’ (ord. 3-6-6). Dat lijkt ontvankelijkheid van anderen dan leden van de gemeente uit te sluiten. Wel kan de kerkenraad in theorie ná de bevestiging een zaak aanbrengen bij een opzichtcollege. Dat brengt bij het volgende punt.

Opzicht

Een interessante, maar in de praktijk vooral theoretische vraag is namelijk, onder welk college je valt waar het de tuchtuitoefening betreft. Als gemeentelid is dat in beginsel het college van ouderlingen en predikant(en) van je gemeente (ord. 4-7-1), als ambtsdrager is dat het classicale college voor het opzicht (ord. 4-7-2). Als vriend – zonder ambt in die hoedanigheid – is het college bevoegd van de gemeente waar je lid bent (en dus niét waar je vriend bent). In de casus is dat dus Westduin. Als je ambtsdrager bent in Oostbos, dan is altijd het desbetreffende classicale college bevoegd, ook als heeft de klacht niets met je ambtelijke functioneren te maken. Maar wat is in de tweede optie het ‘desbetreffende classicale college’? Als Westduin en Oostbos wat betreft dit opzicht tot hetzelfde ressort behoren, is er niets aan de hand. Vallen ze niet onder hetzelfde college, dan prevaleert naar mijn idee het opzicht in de classes waartoe Westduin behoort. Daar ben je immers belijdend lid. Dankzij dit lidmaatschap ben je, weliswaar via de constructie ‘vriend’, ambtsdrager. Mocht dat college een andere opvatting zijn toegedaan, dan stuurt het de zaak/klacht door (GR 11-3-1). In dat kader, maar ook los daarvan, kan het Generale College voor de behandeling van Bezwaren en Geschillen om een uitspraak worden gevraagd wie bevoegd is (ord. 12-6-2).

Conclusie

Het kan dus, ambtsdrager worden in een andere gemeente dan waar je lid bent. Er wordt wel eens gedacht dat je daarvoor gastlid moet worden, maar dat is niet juist. Een gastlid is namelijk altijd lid van een ander kerkgenootschap dan de PKN. Het kan, onder omstandigheden, als vriend.