kerk en recht

Perspectief voor kerkorde en kerkrecht – een korte schets

Hoe ziet de organisatie van de kerk van morgen er op hoofdlijnen uit? Wat heeft het kerkrecht nodig om de kerk van morgen kerkjuridisch te ondersteunen en kritisch op plannen te kunnen reflecteren? Een korte schets, met het accent op het hart van de kerk, de plaatselijke gemeente.

Een gemeente (of wijkgemeente) voert de nu in de kerkorde vastgelegde vijf basistaken uit: eredienst, pastoraat, diaconaat, geestelijke vorming en missionaire inzet. Dat kan deels of geheel ook in samenwerking met een andere gemeente. Een kerkenraad bestaat naast de predikant uit tenminste drie ambtsdragers. Een kerkenraad hoeft voor de uitvoering van het diaconaat niet een apart college in te stellen. Dat mag. Hetzelfde geldt voor de overige vermogensrechtelijke aangelegenheden. Het aantal van drie ambtsdragers is een hard minimum. Als een gemeente voor een bepaalde tijd van bijvoorbeeld een jaar structureel ondertallig is, dan is overleg gewenst en zal bij gebrek aan een tijdige oplossing het Breed Moderamen van de Classicale Vergadering het laatste woord moeten hebben (en bijvoorbeeld kunnen dwingen tot samengaan).

De bovenplaatselijke organisatie is zo beperkt mogelijk. De basisopdracht is: ondersteuning van de plaatselijke gemeente. Zo zal het vermogensrechtelijke beheer soms meer van gemeenten vragen dan ze zelf kunnen bieden. De samenleving stelt hoge eisen, bijvoorbeeld voor een ANBI-status. Een gemeente kan dan hulp goed gebruiken. De ondersteuning kan echter ook ingrijpen betekenen. Denk aan het in de eerste alinea genoemde voorbeeld, maar ook aan opzicht. Het instrument om de plaatselijke situatie in voorkomend geval nader te onderzoeken is de visitatie.

We moeten niet al te optimistisch zijn over de mogelijkheden de kerkorde te vereenvoudigen. De kreet dat het eenvoudiger moet, doet het altijd goed. Tot op heden blijkt het gevraagde verruimen van de mogelijkheden in veel gevallen echter tot meer regels te leiden. Niettemin denk ik dat we de Romeinse artikelen zouden kunnen vervangen door een preambule (met daarin verwerkt de huidige eerste artikelen en mogelijk nog enkele cruciale aspecten uit onze organisatie).

Voor het kerkrecht is het noodzakelijk dat eenieder toegang krijgt tot synodale acta/handelingen uit de tijd dat onze kerkorde ontstaan is (met name de periode 1989-2004). De PKN had dat alles beschikbaar, maar heeft ervoor gekozen dit materiaal te verwijderen. Voor de periode vanaf 2004 is dat niet anders. Naast acta/handelingen zijn ook rapporten nodig, aangezien die op enig moment niet meer integraal in de acta/handelingen werden opgenomen. Ook dit materiaal was beschikbaar, maar de PKN heeft helaas het beleid gewijzigd: het terugvinden van synodale rapporten uit een wat verder verleden is sterk bemoeilijkt. De synodale acata/handelingen zijn om privacyredenen niet meer openbaar (terwijl vreemd genoeg wel de volledige synodezittingen op Youtube te vinden zijn). Verder is voor de bestudering van het kerkrecht jurisprudentie nodig. De PKN biedt alleen de (geanonimiseerde) jurisprudentie aan het van Generale College voor de Behandeling van Bezwaren en Geschillen (GCBG) en dan nog slechts tot en met het jaar 2020. Ook uitspraken op classicaal niveau kunnen soms hun waarde hebben als er geen beroep wordt ingesteld en het GCBG ze niet ambtshalve corrigeert. Tuchtrechtspraak wordt in de PKN geheel aan het oog onttrokken. Het is nodig ook daarop zicht te krijgen.

De beschikbaarstelling van bronnen is niet alleen van belang voor het kerkrecht als zodanig. Ook wie met kerkelijke procedures te maken krijgt, heeft daar belang bij. Ze dienen de rechtszekerheid. Helaas is mijn ervaring dat het Moderamen van de Generale Synode desgevraagd wel aangeeft het belang te zien, maar tevens meldt de Dienstenorganisatie – die voor beschikbaarstelling zou moeten zorgdragen – geen opdrachten te kunnen geven. Daardoor is de kerk op cruciale punten weinig transparant.