kerk en recht

De contouren van de regiopredikant

Uit enkele stukken die op de komende generale synode van de Protestantse Kerk besproken zullen worden, kunnen de contouren van de nieuw aan te stellen regiopredikanten worden gedistilleerd. Ik kies hier maar voor de term regiopredikant, omdat de nieuw te benoemen kerkelijk leidinggevenden volgens de voorstellen in de nieuwe kerkorde zo genoemd zullen gaan worden. Zij zullen elk de voorzitter zijn van (het moderamen van) een van de vooralsnog elf regionale synoden. In de nadere beschrijving van het profiel dat aan de generale synode wordt voorgelegd, heet de regiopredikant overigens nog classispredikant en wordt nog de naam gehanteerd die tot op heden in de plannen werd gebezigd: regionale classicale vergadering.

De taakomschrijving van de regiopredikant kan globaal omschreven worden met de ene zin waarmee volgens de plannen de herziene kerkorde de functie zal aanduiden: ‘De regiopredikant geeft gestalte aan de verantwoordelijkheid van de regionale synode voor het toezien op gemeenten en ambtsdragers.’ Hij of zij wordt voor een periode van vijf jaar benoemd en kan een keer worden herbenoemd. Hij bezoekt eens per vier jaar gemeenten en hun predikanten. Hij kan het college voor de visitatie verzoeken om een visitatie. Gelet op de verdere regelgeving heeft het college nauwelijks ruimte om te weigeren. In een volgende zin staat namelijk simpelweg: ‘Het college doet verslag van deze visitatie (…).’ De regiopredikant is vervolgens bevoegd tot het voorlopig nemen van alle maatregelen waartoe het moderamen van de regionale synode bevoegd is. Tot slot is de regiopredikant al dan niet samen met andere leden van het moderamen het ‘gezicht’ van de regionale synode naar buiten. Tot zover ligt alles wel ongeveer binnen de lijnen van de (mijn) verwachting. Er staat echter nog één lid tot besluit: ‘Taken en bevoegdheden van de regiopredikant worden nader geregeld in een door de regionale synode vast te stellen instructie.’ Dat maakt nieuwsgierig. Wat is de reikwijdte van deze bepaling? Vermoedelijk gaat het om een nadere omschrijving van taken en bevoegdheden. De nadere omschrijving mag echter mijns inziens niet wezenlijk nieuwe taken en bevoegdheden scheppen. Evenmin mag ze echter de kerkordelijk vastgelegde taken en bevoegdheden inperken, althans niet wat hun kern betreft.

In het vervolg van deze blog richt ik me vooral op de bevoegdheden die de regiopredikant worden toebedacht. In het kerkorde-rapport lezen we hierover onder meer: ‘De voorzitter kan dan ook interveniëren, mediation aanbevelen, tijdelijke maatregelen nemen en procedures op gang brengen, al blijven finale beslissingen altijd voorbehouden aan het moderamen van de regionale synode.’ Voor zover dat in regelgeving moet worden vastgelegd – dat hoeft niet per se, iets ‘aanbevelen’ kan volgens mij in beginsel iedereen – zal dat nog in een volgende fase moeten gebeuren. Dat geldt ook voor het bindend verklaren door het moderamen van de regionale synode van adviezen door door het college voor de visitatie worden gedaan  (vgl. rapport kerkorde). Een discussiepunt in de taken van de regiopredikant lijkt me het ‘tijdelijke’ in de tijdelijke maatregelen. Geldt dat ook voor de procedures die hij volgens het bovengenoemde profiel in gang zal kunnen zetten? Vrijstelling van werkzaamheden (vgl. huidig ord. 3-19 en 4-12a) draagt de facto een tijdelijk karakter, al kan het heel goed voor de betrokken onomkeerbare gevolgen hebben. Het in gang zetten van de losmaking van een predikant (vgl. ord. 3-20) lijkt me echter dermate definitief dat het zich niet goed laat verenigen met het idee van een tijdelijke maatregel. Het luistert in dit opzicht nauw. Het is immers niet de bedoeling, zo het profiel, dat één persoon doorzettingsmacht heeft: ‘Finale beslissingen die opgelegd worden aan gemeenten, kerenraden of ambtsdragers, worden door het moderamen van de classicale vergadering [lees: regionale synode] genomen.’ Het is daarbij nog een vraag apart of het in de praktijk zo zal werken. De regiopredikant is de spin in het web. Hij heeft veel informatie. Zo staat bijvoorbeeld in de evaluatie van de Permanente Educatie dat hij de bevoegdheid zou moeten krijgen het portfolio van alle predikanten in zijn ressort in te zien – ook een bevoegdheid die ergens zal moeten worden vastgelegd. Meer bevoegdheden zullen volgen. Andere leden in het moderamen staan per definitie op achterstand, omdat het hen aan kennis ontbreekt en aan tijd. Zij zullen hem moeten vertrouwen, anders ‘werkt’ het niet. Hij zal derhalve in beginsel een grote handelingsvrijheid hebben.

Het profiel van de regiopredikant geeft aan dat hij zich onder meer te bekommeren heeft om ‘het welbevinden en vruchtbaar functioneren van de predikant’. Het is de vraag, hoeveel ruimte hij daadwerkelijk heeft voor deze positief geformuleerde taak. Gelet op de bevoegdheden in het nemen van maatregelen is het de predikant niet aan te raden al te veel persoonlijke informatie te delen met de regiopredikant. Die kan uiteindelijk namelijk heel makkelijk tegen hem gebruikt worden. Dat melden althans predikanten die bij visitaties de indruk hadden vrijuit te kunnen spreken, hetgeen vervolgens leidde tot rapportages die mee hebben bijgedragen aan hun losmaking. In de afgelopen decennia is meer dan eens gesproken over een vertrouwenspersoon voor predikanten, een pastor pastorum. Daarbij is ook wel gedacht aan een bisschoppelijke figuur zoals de regiopredikant. De regiopredikant zoals die nu ‘geprofileerd’ wordt, zal deze positie slechts in zeer beperkte mate kunnen innemen. Dat roept wel de vraag op waar predikanten met hun eventuele nood terecht kunnen in de kerkelijke organisatie, zeker nu de landelijke werkbegeleiding voor predikanten is wegbezuinigd.

P.S. De Generale Synode heeft inmiddels besloten de naam classispredikant aan te houden.