kerk en recht

Ter hand stellen

Het is goed gebruik dat als een predikant beroepen is de beroepsbrief haar of hem persoonlijk wordt overhandigd. Maar is dat nodig? Wie de desbetreffende kerkordelijke bepaling er op na leest (ord. 3-5-2) krijgt de indruk van wel: ‘De kerkenraad stelt degene die beroep is (…) een beroepsbrief ter hand’. Van den Heuvel geeft in zijn uitleg van de kerkorde impliciet aan dat toezenden ook tot de mogelijkheden behoort (Van den Heuvel 2013, p. 126). Hij adviseert dat bij het persoonlijk overhandigen de beroepen predikant voor ontvangst tekent. Overgezet op per post toezenden betekent dat: aangetekend verzenden. Dat laatste was de regel in de Hervormde Kerkorde (ord. 3-18-1). Echter, in dat geval moest de beroepen predikant ook de ontvangst van de beroepsbrief nog eens expliciet melden (HKO, ord. 3-19-1). Dat lijkt allemaal wat ‘overdone’, maar onbegrijpelijk is het niet. Op deze manier was glashelder wanneer het beroep afliep en de gemeente al dan niet verder kon zoeken naar een nieuwe predikant. De gemeente wist waar ze aan toe was.

Het aardige is dat de kerk met het ‘ter hand stellen’ aansluit bij hetgeen in de samenleving gebruikelijk is ten aanzien van algemene voorwaarden (vgl. onder meer art. 6: 234 lid 1 sub a BW). Ook dan is toezenden per post of zelfs email mogelijk, maar ook gewoon letterlijk overhandigen. In voorkomende gevallen moet de verkoper echter kunnen bewijzen dat hij dit gedaan heeft (vgl. bijvoorbeeld Rb. Rotterdam 4 april 2012, ECLI: NL:RBOT:2012:BW0875). Alleen dan is de koper in beginsel aan de algemene voorwaarden gebonden.

De Protestantse Kerkorde kent overigens ook in enkele gevallen een bepaling dat een brief aangetekend verstuurd moet worden: bij uitoefening van de tucht en in de kerkelijke rechtspraak (resp. in eerste aanleg ord. 10-10-4 en 12-9-4), bepalingen die deels vrijwel letterlijk zo uit de Hervormde kerkorde zijn overgenomen (resp. o.a. HKO ord. 11-7-4 en 19-11-3). Strikt genomen zou ook daar de mogelijkheid kunnen bestaan persoonlijk te overhandigen. Gelet op de aard van de zaak ligt dat echter niet direct voor de hand. Hoewel. Misschien is er juist wel iets voor te zeggen om in de kerk bij toepassing van de tucht degene die het betreft recht in de ogen te kijken en dus zelfs een voorkeur te geven aan een persoonlijk overhandigen.